Vertrouwen telt

Je kunt geen krant openslaan of de factor vertrouwen speelt een belangrijke rol. Afgelopen weekend stond er een verhaal over Angela Merkel in de bijlage van de NRC. Het meisje dat wereldleider werd. Niet sensationeel of briljant is het beeld, maar wel degelijk en betrouwbaar. Een paar pagina’s eerder het verhaal van ANC politicus Carl Niehaus die een boekje opendoet over zijn val en bedrog: ‘Vanaf nu moet ik dubbelhard werken om geloofd te worden’.

Belangrijk dat anderen vertrouwen in je hebben. Belangrijker nog dat ik zelf in staat ben om anderen allereerst vertrouwen te geven. Dat vraagt inschattingsvermogen, maar ook de durf om werkelijk in contact te treden met de ander. En dat vraagt weer iets wat nog belangrijker is: zelfvertrouwen.

Mijn start na de zomervakantie is er een met veel ontmoetingen. Bekende contacten en daarnaast veel nieuwe gezichten. Snel merk ik of er een klik is, maar ik merk allereerst aan mezelf of het lukt echt verbinding te maken. Dat geeft onverwachte wendingen en soms lange ontmoetingen. Hoeveel mensen ontmoeten per week niet continu anderen binnen en buiten hun eigen afdeling, bedrijf en kring van relaties? Geen ontmoeting zonder vertrouwen, maar dat is geen statisch gegeven. Het is eerder iets dat elke ontmoeting energie verleent of remt. Wat uitdaagt om een stap verder te willen gaan of je doet concluderen dat hierbij vooralsnog moet blijven.

De ander willen veranderen mag een prestigieus doel zijn, ik ben zelf er meer en meer van overtuigt dat het een ongemerkte valkuil is. Dichterbij en effectiever is zelf in de spiegel te kijken, bijvoorbeeld in de spiegel van zelfvertrouwen. Is het vreemd als vergaderingen, meetings, ontmoetingen en telefoongesprekken een onbewuste last worden als je twijfelt aan jezelf? Hoeveel mensen, ook op leidinggevende posities worstelen innerlijk met een gebrek aan zelfvertrouwen?

Het is maandag. Een week ligt nog grotendeels voor me. Ik moet nodig aan een ontwerpplan gaan zitten voor een organisatie die een landelijk netwerk van coaching wil gaan inzetten. Samen met iemand anders verzamelen we de relevante gegevens om met een concept te komen dat effectief is. Nu al weet ik dat we te maken gaan krijgen met de factor vertrouwen. Als ik me voorstel hoe we locaal ontvangen zullen worden is dat het eerste wat ik voel. Uit ervaring weet ik dat er afweer is uit wantrouwen tegen vernieuwing en meer openheid naar buiten toe. Niet onbegrijpelijk. Waarom zou een bestuur mij straks vertrouwen als coach? Wie zit er op mij te wachten? Wil ik mijn opdrachtgever iets te bieden hebben, moet er behalve een goed plan, een visie zijn die basis biedt voor wederzijds vertrouwen.
In dit geval: is het mijn doel als coach de ander te helpen meer zichzelf te worden, om er beter op te worden? Of wil ik zelf vooral scoren? Goed moment om nu eerst bij me zelf op onderzoek uit te gaan: wat drijft mij? Waarom voel ik een passie voor dit probleem, voor deze organisatie?

Ik ben terug bij hoe ik kijk en hoe ik voel. Hier ga ik starten en ik heb er vertrouwen in, ook al weet ik dat dit geen gemakkelijke klus gaat worden.

Remmelt Meijer